Zelden zo'n gepassioneerd
optreden gezien als dat van de nieuwe Chileense tennishelden Nicolas Massu
en Fernando Gonzalez in Athene. Samen wonnen ze het dubbelspel, en solo
pakten ze respectievelijk goud en brons. Federer en Roddick werden vooraf
al met potlood op het finale-affiche geschreven, maar de Olympische tenniskampioenen
komen uit Chili. Met Marcelo Rios thuis voor de buis.
In Düsseldorf
weten ze al twee jaar wat er met hen gebeurt als hun vlag op het spel
staat. In de wekelijkse karavaan spelen ze heus hun deuntje mee (het zijn
vaste top 20 klanten), maar voor eigen land begint het heilige vuur pas
echt te branden. Dan zijn de reserves groter dan in Amersfoort, dan valt
er uit die Babolat een stuk meer te halen.
En niets dat ze kleinkrijgt.
Matchpoints tegen niet, blessures niet, een beter ingespeeld team niet.
Gonzalez overleefde tegen Dent in de strijd om het brons twee matchpoints,
om uiteindelijk met 16-14 in derde set te winnen. Massu sliep op de dag
van de finale pas om half zeven, maar stapte na vijf sets met goud om
zijn nek van de baan.
Bovendien hielden
ze er samen een onorthodoxe speelwijze op na. In het dubbelspel bleven
ze consequent op de baseline staan, en overpowerden zo de meest gerenommeerde
tegenstanders (zoals de broertjes Bryan, nummer 1 van de wereld). Qua
kracht, hart en team spirit gaven ze alles, de Chileense fans deden de
rest.
Het is verfrissend
om te zien dat juist wanneer de resultaten een tikkeltje voorspelbaar
worden, tennissers opstaan die laten zien dat het nog echt wel anders
kan. Dat dat een groot land als Chili de eerste twee gouden plak ooit
opleverde, geeft het optreden alleen maar meer cachet. Niet hun talent
maar hun hart heeft ze in eigen land onsterfelijk gemaakt.
Juist dat hart ontbrak
er bij landgenoot Marcelo Rios aan. De man met de fenomenale linkerhand
bereikte weliswaar als eerste Chileen de nummer 1 positie op de wereldranglijst,
maar won nooit een grote titel. Massu en Gonzalez bewijzen daardoor eens
te meer dat talent niet alleen uit je hand komt.